Dorpshuis

De oudste foto’s, omstreeks 1900

Café "De Leeuw" Garmerwolde: Het oudste gedeelte van het pand is de rechter zijvleugel, inclusief het gedeelte dat nu de keuken is. Het oudste pand stond evenwijdig aan het Damsterdiep. Met een typische boerenschuur erachter. Het café is er veel later, omstreeks 1890, voorgezet. In de 16e, 17e en 18e eeuw functioneerde het pand ook als het Regthuis van Garmerwolde (zie het kaartje van Beckeringh uit circa 1750). Door 'representanten van 't huis Gelmersma' is het verkocht aan Jurjen Lamberts.

Naast het Regthuis stond toen al een poldermolen. En misschien stond een voorloper van De leeuw hier al veel langer, al sinds de aanleg van dit gedeelte van het Damsterdiep (1424)? In 1755 kwam het pand in bezit van een erfgenaam van Lamberts, de wedman Geert Harms (wedman: Gerechtsdienaar in de rechtstoelen in het Oldambt). Zijn erfgenamen verkochten het pand met de tuin in 1774 voor circa 1400 gulden aan het echtpaar Geert Roelofs & Aaltien Jelmers Korthuis. Aaltien hertrouwde in 1798 met veerschipper Hindrik Freebes. In 1801 verliet het gezin het Regthuis. Hindrik Aalting werd de nieuwe herbergier (en roggenbroodbakker). Bij de invoering van het kadaster (omstreeks 1830) was Hindrik Jakobs Koopman de eigenaar. Daarna (1845) zijn zoon Jakob Hindriks Koopman. Deze overleed in 1888 waarna zijn weduwe, Sieuwertje Tonnis Bouwman de zaak voortzette. Omstreeks die tijd moet het voorhuis (café) voor het reeds bestaande pand gebouwd zijn. In een baksteen bij de voordeur is het jaartal 1898 gekrast en in een baksteen bij het oudste gedeelte de initialen M.J.K. met het jaartal 1870. Er kwam bij deze verbouwing ook een toneelzaal in het pand. Met een schuifdeurenwand gescheiden van het café. De buffetkast van het café kon tijdens toneeluitvoeringen naar achteren verplaatst worden. Opmerking: Sieuwertje staat hoogst waarschijnlijk op de foto van café De Leeuw, die zij als postkaart uitgaf (circa 1900). Inmiddels was het Regthuis namelijk café De Leeuw gaan heten. In 1911 volgde Nicolaas Koopman Sieuwertje op. In 1915 werd Eeuwke van der Molen de nieuwe eigenaar. In de nacht van 25 op 26 september 1925 brandde de bakkerij af. Volgens de provinciale krant kon het voorgebouw gelukkig behouden blijven. Het achterhuis werd vrijwel direct opnieuw opgebouwd (met vergunning; met als gevolg dat bij de gemeente Ten Boer het hele pand sindsdien als bouwjaar 1920 meekreeg). In 1931 nam Johannes Woldendorp het bedrijf over. Vanaf 1943 exploiteerden Harm en Tetje Stol het bedrijf (café annex toneelzaal, bakkerij en kruidenierswinkel).

Midden jaren zeventig is Willem van de Schans nog een paar jaren eigenaar geweest. Hij wilde er een café annex Party-centrum van maken. Dat mislukte om financiële redenen en de reeds betrokken vijf aannemers werden tegen wil en dank eigenaar (1980). Eerst met een zetbaas en later bij toerbeurt runden zij het café. Sinds 1987 is het pand het dorpshuis van Garmerwolde (eigenaar: Stichting Dorpshuis Garmerwolde).

Omstreeks 1985
2010
Opening dorpshuis (1987 )
Omstreeks 2010 werd geleidelijk duidelijk dat de financiële situatie van de stichting verslechterde. Er werd besloten dat er een paar kantoorruimtes gerealiseerd moesten worden zodat de te ontvangen huurinkomsten het financiële draagvlak zouden verbeteren. Tegelijkertijd werd in Groningen de aardbevingsproblematiek steeds duidelijker. De overheid besloot dat publieke gebouwen in de buurt van het epicentrum (ook dorpshuizen) versterkt moesten worden. Dat leverde voor ons dorpshuis nieuwe kansen en met name nieuwe geldbronnen op. De verbouwingsplannen werden drastisch omgegooid, er werd een extra hypotheek genomen en in 2019 werd gestart met een grote verbouwing/nieuwbouw. Al op 2 september 2020 kon het vernieuwde, versterkte en goed geïsoleerde Dorpshuis De Leeuw heropend worden. Dat gebeurde, tijdens een pauze in de corona- tijd, door minister Kajsa Ollongren.

Iets over de bakkerij die hier tientallen jaren bestond: de oven werd vroeger met turf en schenzen (takkenbossen) verwarmd. In de tijd van Harm Stol werd de oven al niet meer gestookt met schenzen. Hij gebruikte daarvoor gasolie. De olie werd met een soort blazer in de oven gespoten, die dan met een lont werd aangestoken. Als je niet snel genoeg was met het ontsteken dan had je soms een vlam van een paar meter in de bakkerij. Grote vaten met 200 liter olie stonden in een rij in de schuur, zes stuks. Eén voor één werden de vaten met een handpomp naar een groot vat op de zolder boven de bakkerij gepompt. Als na een tijd alle vaten waren leeggepompt kwam Cees Klei (Boderijder) met z'n auto ze opladen om ze vervolgens bij de leverancier weer te laten vullen. Om ze in Garmerwolde weer van de auto te krijgen had men het volgende bedacht: men legde een grote tractorband op de weg en gooide vervolgens de vaten er gewoon af. Op onderstaande foto zie je Roelf Stol (zoon van Harm) voor de oven met een brander op aardgas. Rond 1960 werd er namelijk geëxperimenteerd om de oude oven te kunnen stoken op aardgas. Men dacht, dat het onmogelijk was met zo'n ouderwetse oven. Na het bakken van de dagelijkse producten, kwamen de mensen van Hanab (het bedrijf dat toen de gasleidingen aanlegde) om testen te doen. En zowaar, het was gelukt. Bakker Stol had als eerste in Nederland een ouderwetse oven die gestookt werd met aardgas.

Ovenbrander op aardgas
Oude fundaties kelder, oven, schuur
Bezoek koningin Máxima aan De Rijdende Popschool (06-11-2014)