(Voorloper van Rederijkerskamer/theater Wester)
In de notulenboeken van rederijkerskamer Excelsior is in het verslag van zaterdag 9 september 1939 voor het eerst iets te lezen van de naderende oorlog: ‘lid S. Kuipers is afwezig wegens mobilisatie’. In de vergadering van 9 maart 1940: ‘Ons gemobiliseerde lid de Heer S. Kuipers kwam ons ook nog even bezoeken.’ De vergadering van 15 juni 1940 meldt over het jaarlijkse uitstapje: ‘Daar er vanwege de bijzondere tijdsomstandigheden dit jaar van een trein- of busreisje niets kan komen, werd besloten per fiets te gaan’. In het verslag van 14 september 1941staat vermeld: ‘Heeres kwam met het voorstel om ondanks de buitengewone omstandigheden waarin wij leven, toch maar repetities te houden dit jaar.’ Voor de uitvoering op 16 februari 1942 ‘was de publieke belangstelling enorm, ongeveer 100 personen.’ In de vergadering van 10 oktober 1942 vraagt de voorzitter zich af: ‘daar de tijdsomstandigheden nu anders zijn of er ook nog iemand was die het er op tegen had dit jaar weer een uitvoering te geven.’ Dat bleek niet het geval, zodat op zondag 28 februari 1943 om ‘s middags vier uur bij Stol de uitvoering startte. Het programma, gevuld met uiteenlopende stukken en stukjes, duurde tot elf uur ‘s avonds.
Een jaarlijks evenement van Excelsior was het zogenaamde potverteren, waarbij het teveel in de kas werd opgesoupeerd. Het kasteveel werd vooral veroorzaakt door boetes als leden verzuimden op een vergadering te komen of als zij een afgesproken stukje niet konden opvoeren. Over het potverteren op 27 maart 1943 meldt het verslag: ‘Daar er door omstandigheden niet veel te krijgen was werden we toch door Stol herhaalde malen getracteerd. Eerst op koffie met koek, daarna de dames met vruchten en de heren op een glaasje helder waar weer koekjes bij getracteerd werden. Tot slot kwam er nog een grote tractatie en wel oliebollen en die waren maar eens even wat fijn.’
Op de vergadering van 8 juli 1944 was de stemming minder vrolijk. ‘Het jaarlijkse uitstapje werd door het merendeel der aanwezigen besloten dit jaar niet te organiseren, mede door de tijdsomstandigheden en de fietsbandenpositie, daar men op een dergelijk tochtje toch op de fiets is aangewezen. (...) Daar door de abnormale tijdsom-standigheden de potvertering moest worden uitgesteld, werd besloten deze op zaterdag 29 juli te houden.’
Verder bevat het notulenboek geen verslagen van vergaderingen, uitvoeringen of uitjes in 1944 en 1945. Pas op 8 september 1945 luidt het verslag: ‘Dit is dan de eerste vergadering na een jaar van rust. Oorzaak hiervan was dat de oorlog het bijna onmogelijk maakte om nog een fatsoenlijke vergadering te houden, ook omdat men om acht uur moest binnen wezen en ‘t een was nog meer surrogaat dan het ander. Van een uitvoering was dit jaar helemaal geen sprake daar enkelen van de herenleden naar elders moesten of anders genoodzaakt waren zich niet in het openbaar te vertonen en in beide gevallen dus toch niet aanwezig zouden zijn en in die tijd van ellende en zorgen was er toch ook geen aardigheid aan. Maar nu kunnen we gelukkig weer met volle kracht vooruit en al zal het nog wel een tijdje duren dat er van alles weer volop te krijgen is: de ouderwetse borrel is weer in ‘t zicht en de heren roken toch alweer echte Virginia. Alleen de dames komen nog schromelijk veel te kort en zou het toch niet meer dan billijk zijn als die ook eens weer een stukje chocola toegestopt kregen, maar enfin die trekken toch altijd aan ‘t kortste eind.’
In dezelfde vergadering krijgt een punt van ‘overvloed’ de aandacht: ‘De vraag wat we met het geld zouden doen, gewonnen door de dames van ‘Excelcior’ die in de optocht van de zogenaamde bevrijdingsfeesten uitgekomen waren met een ‘vredeswagen’ en die hiermede een eerste prijs behaald hadden, welke fl 40,- bedroeg. Dat dit op de een of andere manier ‘in de waik’ gelegd moest worden, sprak vanzelf.’
Piet van Zanten (1952):
“Je mocht niet slachten. Mijn vader heeft daar een verhaal over verteld. Over illegaal slachten. Mijn grootvader had varkens en ze hadden bedacht, dat er een varken geslacht moest worden, ondanks het feit dat dit niet mocht. Maar goed, dat moest dan ‘s morgens heel vroeg. Dus om vier uur of voor vier uur waren ze al druk in de weer. Dat varken moest op een ladder, maar het verzette zich hevig en produceerde nogal wat lawaai. Het varken zat in de kleine schuur en moest naar de grote schuur. Iemand grijpt dat varken bij de kop en een ander bij de staart en dat varken schreeuwt. En wie komt er door dat lawaai naar buiten? Hiernaast komt iemand de deur uit, hoort dat lawaai en roept van een afstand: ‘Wat mot er gebeuren?’ Het varken is uiteindelijk geslacht, maar met wel als resultaat dat een deel van het vlees naar anderen ging. Dan werd het niet verraden.”
De verhalen
Deel deze pagina:
- Klik om te delen op Facebook (Wordt in een nieuw venster geopend)
- Klik om te delen op X (Wordt in een nieuw venster geopend)
- Klik om op LinkedIn te delen (Wordt in een nieuw venster geopend)
- Klik om op Pinterest te delen (Wordt in een nieuw venster geopend)
- Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Wordt in een nieuw venster geopend)
- Klik om te delen op WhatsApp (Wordt in een nieuw venster geopend)
- Klik om af te drukken (Wordt in een nieuw venster geopend)